De manier van verbinding tussen objecten wijzigen met het infovenster Verbindingen

In dit infovenster kunt u instellen hoe objecten met elkaar moeten worden verbonden.
Schakel het aankruisvak Sta verbindingen vanuit lijnen toe uit om te voorkomen dat verbindingslijnen de geselecteerde objecten gebruiken als bron of doel.
Als u een groep of tabel hebt geselecteerd, kunt u kiezen of verbindingslijnen mogen worden verbonden met objecten in de groep of alleen met de groep als geheel.
Het keuzemenu bevat een aantal vooringestelde magneten die u kunt kiezen voor het geselecteerde vormobject. Magneten zijn punten op een vormobject die verbindingslijnen aantrekken. U kunt ervoor kiezen niet met magneten te werken, magneten in de verschillende windrichtingen (noord, zuid, oost en west) te gebruiken, magneten op elk hoekpunt te plaatsen of een bepaald aantal magneten op te nemen aan elke kant van de vorm.
Als u een bepaald aantal magneten per kant kiest, de Shift-toets ingedrukt houdt terwijl u het venstermenu opent en vervolgens een ander aantal kiest, worden de twee getallen bij elkaar opgeteld tot een maximum van 10 magneten per kant.
Natuurlijk kunt u altijd het magneetgereedschap gebruiken om de rangschikking van de magneten voor een vorm aan te passen.
Als u een lijn hebt geselecteerd, worden de aankruisvakken in het gedeelte Lijnen beschikbaar. Schakel het aankruisvak Sta verbindingen met andere objecten toe uit om te voorkomen dat de lijn een object als bron of doel heeft. Schakel het aankruisvak Sta toe dat vormen labels worden uit om te voorkomen dat een vorm naar de lijn kan worden gesleept en dat hiervan een lijnlabel kan worden gemaakt. Bestaande labels blijven gekoppeld.
De positie en grootte van objecten wijzigen met het infovenster Geometrie Objecten interactief maken met het infovenster Actie →